Column
Na de Vlaamse onafhankelijkheid verhuis ik naar Wallonië
23 januari 2012
Een column door Frank Creyelman
Ik heb een tijdje geleden een bijzonder interessant interview gelezen met zonder twijfel de meest bekende en meest geliefde Waal in Vlaanderen, zijnde Christophe Deborsu. Bekend van de Marseillaiseflater van premier Leterme en van “Dag Vlaanderen”. De man heeft daarover ook een boek geschreven dat bijzonder goed verkoopt en hij komt er wel eens mee in de pers. Terecht, want Deborsu is een sympathieke verschijning, hij spreekt zeer goed Nederlands en heeft een meer dan behoorlijke kennis van de manier van denken in beide taalgemeenschappen.
Christophe Deborsu is meer een BV (Bekende Vlaming) dan een WC (Wallon Connue). Geef toe, een WC klinkt ook helemaal anders en dus bestaat het woord in het Frans niet. In feite zouden we hem een Bekende Waal in Vlaanderen kunnen noemen, een BWIV, maar dat klinkt dan weer als een belastingaanslag en daar hebben we er in dit land, dankzij diezelfde Walen, al meer dan genoeg van. Dus, bij deze is Deborsu gepromoveerd tot Vlaming. Bedanken kan hij me later wel.
Alhoewel, bedanken? Is het nog wel zo goed leven in ‘le plat pays qui est le mien’? Vergrijzing, vervreemding, islamisering, onveiligheid…. Stop, Creyelman, dat is politiek. Laat
ons – meervoud want ‘noblesse oblige’ – het voor één keer niet hebben over een aantal politieke items waarvan iedereen de draagwijdte kent. Laat ons het hebben over want ons bindt met de Walen en niet over al de rest.
Over het algemeen dicht ik de Walen vriendelijke, goedlachse en vooral Bourgondische eigenschappen toe. Eigenschappen die ik zelf bijzonder waardeer en – zeker wat het Bourgondische element betreft – waarin ik mezelf ook herken. Akkoord, ze hebben – net als iedereen – een paar mindere eigenschappen, maar daarover gaan we het nu dus niet hebben. Laten we even doen alsof het gewoon onze buren zijn en we er niet mee in één huis moeten samenleven, laat staan in één bed slapen.
Hebben wij Vlamingen diezelfde eigenschappen - waarvan we zelf zeggen zo te houden - nog in voldoende mate? “Awel, Flavie, ik denk het nie”. Ons goedlachs, Bourgondisch karakter gaat zienderogen achteruit. In de plaats komt een hoop gezaag en een soort oerhollandse kneuterigheid: het opgeheven vingertje in de plaats van de altijd veel te lege pint, over de middag een bal gehakt uit de muur met een glas karnemelk in plaats van een Lamme Goedzakmaaltijd, overdreven professionalisme in plaats van een goed buikgevoel, weledelgestrenge degelijkheid in plaats van De Witte van Zichem, orde in plaats van Uilenspiegel…
Mannekens toch (jawel, in 't Vloams). Net nu de Hollanders van hun eigen saaie onhebbelijkheden terugkomen vinden wij dat we hun onnozelheden moeten kopiëren. Waarom doen we dat toch? Waarom vinden wij tegenwoordig dat we zo moeten lijken op alles wat we eigenlijk verafschuwen aan de Hollanders? Om ons af te zetten tegen de Walen? Om te kunnen zeggen dat wij horen tot de cultuur van de protestanten: werken, sparen, naar de mis gaan en op tijd dood vallen om de staatskas toch maar niet al te veel pensioengeld te kosten.
Komaan zeg, wij behoren tot het Germaanse deel van Europa maar hebben toch genoeg Latijns levensgevoel om het leven genietbaar te maken. Dat is wat er zo speciaal is aan de Vlamingen. Ik ben zeker een heelnederlander, maar geen Hollander. Ik zal dus tot het einde van mijn dagen blijven vechten voor de onafhankelijkheid van Vlaanderen, maar als het resultaat kneuterigheid is, dan verhuis ik nadien naar het buitenland. Naar Wallonië bijvoorbeeld.
Categorie: